Dividend: belangrijk in elke portefeuille

Griekenland
Het was wederom een week waarin de Griekse kwestie zijn invloed had op vrijwel elke beurs. Vandaag zal het ingelaste overleg van de regeringsleiders in de Eurotop mogelijk leiden tot besluitvorming tussen de partijen.
Onder druk van de sombere ontwikkelingen gaan de beurzen al wekenlang gebukt. De positieve cijfers over de ontwikkeling van de economie in ons land hebben door alle stoorzenders (nog) niet geleid tot eenzelfde richting in de koersvorming van de indexen. Integendeel, misschien is er al een minder goede afloop ingecalculeerd en zien we dat terug in de huidige koersvorming. In dat geval mogen we het een en ander verwachten als het overleg eindigt met witte rook of iets anders wat tot tevredenheid stemt. Het zijn spannende tijden.

Dividend
De waarde van portefeuilles schommelt door de tijden heen op en neer, onder meer door invloeden zoals hiervoor beschreven. Het is in beleggersland normaal dat een portefeuille beweegt tussen, laten we zeggen, de 90 en 110% van de nominale waarde. Dat noemen we dan nog geen verlies of winst, want het muteert dagelijks. Pas bij een verkoop of afrekening wordt het resultaat concreet, zowel in de min als in de plus. In de maanden april, mei en juni wordt een heel groot deel van het jaarlijkse dividend uitgekeerd of omgezet in stockaandelen. Dividend is direct resultaat en daardoor een belangrijke pijler in vrijwel elke portefeuille. Lang niet elk fonds kent dividend toe en ook de hoogte ervan varieert enorm. Er zijn beleggers die zich hierop mede focussen bij aankoopbeslissingen.

Belasting
Over dividend wordt belasting geheven. Er is derhalve sprake van bruto en netto dividend. De ingehouden belasting is een zogenaamde voorheffing op de inkomstenbelasting. Dit betekent dat deze in de aangifte voor de inkomstenbelasting in mindering gebracht kan worden op het te betalen bedrag aan belasting. Daarmee wordt het dividend eigenlijk weer geheel netto, zogezegd. Uw vermogen valt voor de belastingheffing in box III, met een eigen grondslag voor het vaststellen van te betalen belasting: de vermogensrendementsheffing. Het heffingsbedrag wordt berekend aan de hand van een forfaitaire rekenregel. Het komt hier op neer: U wordt verondersteld 4% rendement op uw vermogen te hebben behaald in het belastingjaar; over die 4% bent u vervolgens 30% vermogensrendementsheffing verschuldigd. Kort door de bocht hebben we het over 1,2% van het vermogen minus de vrijstelling.

Belastingplan
Waarom deze les? Ook in deze week komen de regeringspartijen met een deel van de oppositie bijeen om over belastingherziening te spreken. Wat allemaal langs komt kunnen we nog niet bevroeden. Wel is bekend dat in de herziening over een andere wijze van berekening van de vermogensrendementsheffing gesproken gaat worden. Daarbij wordt een aanpassing van de rekenregel voorgesteld, niet meer op fictief rendement gebaseerd, maar meer op een concretere waardebepaling. Dit hoeft niet persé in het nadeel van de belegger te zijn, maar deze ontwikkeling zal met argusogen gevolgd worden.
Hopelijk wordt bij de besprekingen meegenomen dat in de 7 magere jaren achter ons menige belegger verre van de 4% rendement is gebleven, maar daarover wel belasting heeft betaald. En dan bij het aanbreken van de 7 vettere jaren de spelregels veranderen, eventueel uitsluitend in het voordeel van vadertje Staat? Het wordt de komende tijd oppassen geblazen!

Posted in Dividend, Weekbericht Tagged with: , , , , , , , , ,