Mijn persoonlijke pensioenpot. Hoe ziet dat er dan eigenlijk uit?

Persoonlijk
Pensioen is een oudedagsuitkering die we vooral kennen uit collectieve regelingen. Er is wel sprake van een persoonlijke uitkering, maar deze komt dan uit een gezamenlijk opgebouwde pot. Dat is altijd als een normaal verschijnsel beleefd en dat is zo tot op de dag van vandaag. Maar de tijden zijn veranderd. Er wordt niet meer een leven lang voor dezelfde werkgever of binnen dezelfde collectieve regeling gewerkt. Natuurlijk was het vaak al mogelijk om opgebouwde pensioenrechten bij verandering van werkkring mee te verhuizen naar de nieuwe uitdaging. Tenminste als daar ook een soort collectieve regeling bestond. En daar zit nu de kwestie. Steeds meer wordt gewerkt zonder enige regeling, bijvoorbeeld als men besluit te gaan freelancen of als zelfstandige verder te gaan, of als kleine ondernemer. Alle hier en daar opgebouwde rechten alsmaar verhuizen is kostbaar en dat gaat in mindering op het tegoed voor de toekomst.
Collectief is de dekking steeds vaker tot de voordeur, daarna mag u het zelf weer bedenken. Er is dus veel te zeggen voor opbouw in een soort eigen ‘tegoed’, los van de plek waar wordt gewerkt en het feit of er een arbeidsverhouding is of niet. Maar daar zijn we voorlopig nog niet uit.

De zelfstandig ondernemer
De zelfstandig ondernemer weet dat er geen collectiviteit is waar men vanzelf onder valt. De inhouding of afdracht van pensioenpremie is niet meer aan de orde. Dit is ook een van de achtergronden waarom het lijkt alsof men meer overhoudt van het inkomen dan werknemers. Maar ja, later kan het weer terugkeren in de vorm van een groot tekort. Zeker deze grote groep zou gebaat zijn met een persoonlijke pensioenpot. Hoe moet dat er dan uit gaan zien? Wie gaat dat regelen?

Er gaan regelmatig stemmen op om dit van bovenaf min of meer verplicht op te gaan leggen. Zeg maar: de verschillen tussen werknemers en zelfstandig ondernemers kleiner te maken, onder meer door verplichtingen als deze. Geen goed plan. De ondernemer moet er zelf voor kiezen om het niet op z’n beloop te laten. Daar mag voortdurend op gewezen worden. Dat is wel een goede zaak. De ondernemer zal het zelf moeten aanpakken.

Voorbeeld
Een van de manieren om een voorziening voor later vorm te geven is het opbouwen van vermogen door te gaan beleggen. Sparen kan ook, maar met beleggen zal het doorgaans behoorlijk wat sneller gaan. Wij spreken nu voor eigen parochie, want Pharos Zelfbeleggen preekt het credo van zelfbeleggen. Wij doen het zelf, wij geloven er in en wij denken dat het zinvol is om het u voor te houden. Onze deelnemers behalen elk jaar een rendement van tussen de 5 en 15% op hun op te bouwen vermogen. Al heel veel jaren lang. Dat is geen garantie en daarom gebruiken we in het volgende voorbeeld de onderkant (dus 5%) in het rekenvoorbeeld. Dit alles om u een beeld te geven van wat u gewoon zelf kunt realiseren.

Stel: U begint op uw dertigste met het opbouwen van een beleggingsportefeuille door 250 euro per maand naar een effectenrekening over te maken. U stopt niet en zet door. Per jaar 3000 euro, tot uw zestigste; u heeft dan 90.000 euro in uw eigen ‘pensioenpot’ geplaatst. Met een jaarlijks rendement van 5% is er dan ongeveer 40.500 euro bijgekomen, als u het niet tussentijds aan uzelf heeft uitbetaald. Vandaag doen we dat even niet. Op uw zestigste heeft u dan 130.500 ter beschikking. Netto en direct beschikbaar. Uw eigen pensioenpot.

Stel: U vindt dat u lang genoeg hebt gewerkt en dat het wel wat minder kan. U heeft dan nog geen AOW. Als u ergens in het verleden pensioen hebt opgebouwd, komt dit nog niet tot uitkering. Tja, wat nu? U besluit om het rustiger aan te gaan doen en laat uw ‘eigen’ pensioen ingaan, laten we zeggen over de 15 volgende jaren; tot uw 75e jaar. U neemt dan 180 maanden het opgebouwde tegoed op. In dit voorbeeld betekent dat een maandelijkse netto uitkering van 725 euro per maand. Dit netto bedrag kan concurreren met menig pensioen. Daarmee gaat er jaarlijks 6,66% procent af van het opgebouwde vermogen op 60-jarige leeftijd; echter er kom aan de andere kant weer 5% bij op de nog lopende portefeuille. De pot gaat dus niet leeg.
U kunt er ook voor kiezen meer of minder op te nemen. Het is uw eigen vermogen.

Rekensom
Het is maar een voorbeeld, een rekensom. Alles kan ook anders gaan. U begint bijvoorbeeld later aan de opbouw, of juist eerder. U vindt het maandelijkse bedrag te hoog of juist te laag. Waarom bij 60 jaar en niet bij 65 of 55? Het maakt allemaal niet uit. Het is een eenvoudig rekenvoorbeeld.

De boodschap? Met een redelijke investering per jaar in het nu geeft u uzelf de nodige ruimte in het straks. Netto, dus overzichtelijk. En met uw eigen geld. Dat blijft het ook. Mocht u onderweg onverwacht gaan hemelen, dan gaat de hele zaak keurig over aan de erven. Bij de huidige pensioenregelingen is dat veelal wel wat anders geregeld.
Niet iedereen denkt op de eerste plaats aan beleggen, zeker niet aan zelf beleggen. Wil niet, durf niet, kan het niet, lukt nooit, gewoon geen zin of duizend andere redenen. Noem maar op. Het kan ook aan anderen worden overgelaten. Allemaal waar. Iedereen maakt zijn eigen keuzes. Als u zich kan vinden in een dergelijke manier van vermogensvorming bent u van harte welkom.

Wij wensen u een goede beursweek
Het Team van Pharos Zelfbeleggen.

Posted in pensioen, Weekbericht Tagged with: , , ,